27 april 2007

Namen in Tirza

Namen. Het is geen onbelangrijk gegeven in Grunbergs Tirza. Zo ontzegt hoofdpersonage Jörgen Hofmeester een aantal mensen het recht om bij naam genoemd te worden. De bovenverdieping wordt ingenomen door ‘de huurder’, die geen naam mag hebben omdat hij anders te menselijk wordt. Hij moet een categorie blijven, anders valt het Hofmeester te moeilijk om hem te behandelen zoals dat hoort met een huurder (je probeert er zo veel mogelijk geld uit te slaan). Wanneer zijn oudste dochter deze huurder bij naam noemt (‘Andreas’) en ook anderszins intiem met hem wordt, drijft dit hem dan ook tot razernij. En dan is er natuurlijk ook nog ‘de echtgenote’, ook wel ‘de mama’ zij wiens naam nooit genoemd wordt. Ook zij blijft een categorie. Noch huurder, noch echtgenote blijven echter trouw aan het rolletje dat ze horen te spelen. De huurder gaat naar bed met de oudste dochter, de echtgenote en moeder laat haar man en dochters in de steek. Het helpt geen zier, zo blijkt, het, namen afpakken. Ook het vriendje van Tirsa, Choukri, wil Hofmeester niet bij naam noemen. Zelfs de categorie’ het vriendje is kennelijk nog te goed voor hem. Dan maar Mohammed Atta. Dat moordt handiger. Maar er is nog meer te vertellen over namen. Zo staat, op de avond van Tirza’s feestje, om onduidelijke redenen een meisje op de stoep, geen vriendin van Tirza, geen cadeau in de hand. Ze heet Ester, ‘zonder h’, benadrukt ze. Net zoals Tirza, overigens, die eveneens dezelfde letter in haar naam mist . Maar,er blijken nog meer gelijkenissen te zijn tussen beiden. Esther is Aramees voor Ishtar. Ishtar zonder h, een bijna perfect anagram voor Tirza. Ester blijkt één van de betekenissen van haar naam (het verborgene, of, ik zal mij verbergen) waardig te zijn. Ze doet niet mee met feest, maar brengt liever de avond in het tuinschuurtje door. Maar haar verdwijntruc slaagt niet: Hofmeester vindt haar terug, en neemt haar daar zoals het hoort volgens hem: als een beest. Ook naamgenootje Tirza oefent ook in het zich verbergen. Het duurt heel erg lang eer ze opduikt op haar eigen feest, want ze is haar vriendje gaan ophalen. De ongeruste vader krijgt alleen contact met de voice mail van haar GSM. Een tweede poging om met Choukri te ‘verdwijnen’ zal Hofmeester verijdelen. Net voor ze met hem naar Namibië wil vertrekken, vermoordt hij beiden en begraaft hen in de tuin van zijn ouderlijk huis. Na de dood van Tirza, rest hem alleen nog zelf te verdwijnen. Zijn eigen reis naar Afrika, onder het mom van een zoektocht naar de verdwenen Tirza, moet hem daarbij helpen. Maar als enige in het gezin Hofmeester (de echtgenoten Ibi, Tirza, ja zelfs het het Hedge Fund als derde kind inbegrepen) blijkt hij hier geen talent voor te hebben. Een Afrikaans meisje met de Finse! naam Kaisa (een nieuwe Tirza?) speelt hier een grote rol in. Hij laat haar pas in de steek wanneer hij telefoon krijgt van de echtegenote dat Tirza’s lijk gevonden is. Eén van de laatste zinnen van het boek luidt, veelbetekend: “Ze is gevonden. Gevonden is ze. Tirza. Die naam alleen al. Dat woord. Tirza. An De Vos

26 april 2007

Tirza

Ik ga vanavond de vreemde eend in de bijt spelen, want ik heb Tirza van pure misérie op p. 293 opgegeven. Mijn geduld was op. Mijn ergernis te groot. Het begon al bij de cover van het boek… Moet dat nu steeds zo seksistisch? Is dit een reclametruc om meer te verkopen? Seks sells? Jullie positieve argumenten over deze roman op de blog vormden bij mij punten van ergernis. Maar misschien is ergernis en frustratie uitlokken tot bij de lezer thuis wel Grunbergs bedoeling geweest? Qua vorm en opbouw heb ik niet veel aan te merken. Tijdens het lezen van deel I van het boek was ik ontzettend blij dat dit geen kopie van ‘Blauwe maandagen’ was. Hofmeesters karakter wist me toen zelfs nog te boeien. Ik herkende mezelf ergens wel in zijn onbeholpenheid om de wereld aan te kunnen. Maar Hofmeester is ook een grote loser en dat maakte me kwaad. Waarom zet hij die ‘echtgenote’ niet gewoon buiten. Waarom blijft hij vaak zo stoïcijns kalm en probeert hij ‘onaangename situaties’ te vermijden? Heel het eerste en tweede deel zat ik met de frustratie van ‘Doe toch eens iets!’ Wat me ook enorm geërgerd heeft in deze roman is het vrouwbeeld dat Grunberg naar voren schuift. Zo negatief, zo beschuldigend, zo seksgericht. o De echtgenote komt terug als een verwelkte en afgedankte bloem die alleen nog maar als doel heeft het ‘beest’ in haar te bevredigen. o Ester is een zielig hoopje tienerellende, dat zich maar laat ‘pakken’ door oudere zielige venten. o Ibi is een ‘minderwaardige’ dochter die sekst met de bovenbuur om zichzelf een stel grotere borsten te kunnen aanschaffen. o En Tirza wordt vergoddelijkt als een zonnegodin, maar heeft wel een eetprobleem. Wat ik wel mooi naar voren vond komen, was het feit dat Hofmeester zeer intellectueel is (redacteur buitenlandse fictie, leest Russische romans, volgt de actualiteit…) , maar dat hij toch ,ondanks dat, de wereld niet aan kan. Op sociaal gebied valt hij totaal uit. En tot slot heb ik nog enkele rake citaten die me toch wel zijn opgevallen / bijgebleven: o P 59: “Geluk schiet je pas achteraf te binnen.” o P 137-138: In het voorbijgaan mompelde hij beleefd: ‘Goedenavond’, al twijfelde hij er nog steeds niet aan dat de Afghaan, net als die soortgenoten van hem, het paard van Troye was dat ze hadden binnengehaald. Hopelijk kunnen jullie mij vanavond overtuigen om het einde van Tirza toch nog te doorworstelen. Tot straks, An Paeps

25 april 2007

Arnon rules

Vrienden lezers,

Hieronder mijn verslagje van Tirza.

Tot vanavond (maar ik bedoel morgenavond want ik schrijf dit gisteren).

Jan

- Het beste boek van het jaar, echt tamelijk ongelooflijk. (Is trouwens het eerste boek van Grunberg waar ik verder dan 100 pagina’s in kom, en waarvan ik echt het gevoel had dat het ergens over ging.) - Stijl, opbouw, plot, karakters: alles is perfect aan dit boek.Het eerste deel las ik langzaam, genietend van de stijl en het beschrijvend talent van G. Elk detail zit juist, elke zin in elke dialoog is juist. Én verrassend, én relevant, én diepgaand, én vlijmscherp, én meedogenloos, én grappig. En het geheel schept heel hoge verwachtingen voor de volgende delen. Die verwachtingen worden méér dan ingelost in deel twee, dat ik al veel sneller las, benieuwd naar wat zou komen en – toegegeven – licht opgewonden. De spanning steeg. En deel drie heb op een ochtend heel vroeg in één ruk uitgelezen, totaal opgewonden en verbluft. Ik neem me voor om deel twee en deel drie heel gauw opnieuw te lezen, om op te pikken wat ik daar na een eerste lectuur gemist heb. - Het personage van Hofmeester is zeer geloofwaardig, en wordt zo hard en toch vol mededogen beschreven. Je walgt bij momenten van die man, en het liefst zou je hem opgesloten zien, en op andere momenten heb je echt met hem te doen. Zeker als hij aan het kleine Afrikaanse meisje vertelt wat hij écht gedaan heeft in het huis van oma en opa. ‘Misselijk van liefde,’ zo staat het op het achterflap: beter kun je het niet zeggen – en dat geldt al zeker voor iemand die zich in alle andere facetten van het leven totaal overbodig en nutteloos, ja zelfs uitgespuwd voelt. En je kan echt begrijpen dat zo iemand gek wordt van liefde, en daarna, als hij de ultieme daad van liefde gesteld heeft, het liefst van al totaal wil verdwijnen. - (Waarom hij dan uiteindelijk toch naar Nederland en zijn echtgenote en de pers etc. terugvliegt, daar moet ik nog even over nadenken.) - Een paar geweldige vondsten in de plot: de terugkeer van de echtgenote, ‘want ze kan nergens anders meer naartoe.’ ‘En jij ook niet, Jorgen’. Prangende scènes, die zoveel verder gaan dan de clichés van het uitgeputte echtpaar tussen liefde en haat dat elkaar nog tot een soort van zelfdestructieve seks uitdaagt. De seks van Ibi en de huurder op de tafel. De seks van de Hofmeester en het klasgenootje van Tirza in het tuinhuis (weer beschreven met dat mengsel van wreedheid en mededogen), veel seks, jawel – cf. het motto van het boek: A couple is a conspiracy in search of crime. Sex is often the closest they can get. - De aandacht voor de nevenpersonages: het klasgenootje dat zich totaal ongeliefd voelt en op de emmer in het tuinhuis zit; Choukri (‘Mohammed Atta’), de ouders van J.H. die de deur niet meer open deden, het Afrikaanse meisje, - De motieven: de zonnekoningin, de cello, de sushi, de drank (Italiaanse gewürtztraminer), de ipod, het mobieltje et de boodschap, de boomzaag, de aktetas, de potloodslijper, het hedge fund, Mohammed Atta, - Post 9/11? Of course. Maar niet op een voor de hand liggende manier. Het gaat over wat de weldenkende burger vaak omschrijft als het sluipend gif: de ondermijning van de gevestigde waarden, de bandeloze vrijheid, de culturele vermenging (lees: verbastering, bezoedeling – ’t is geen toeval dat de oudste dochter van H. door een mof wordt gepakt, en de jongste door een Afrikaan: bedreiging uit het verleden en uit het heden), angst, verwarring en vertwijfeling.

- enzovoort!

PS. Citaten zal ik niet kunnen voorlezen vanavond (morgenavond), want ik heb het boek - onder dwang! - uitgeleend aan iemand die ab-so-luut nu meteen heute vandaag subiet godverdomme wilde lezen. Maar ik kan wel (samen met Danny) iets vertellen over de leesgroep die we volgend schooljaar gaan opstarten.

Jan

commentaar in puntjes bij Tirza

TIRZA

- Een boek dat bepaalde herkenbare gevoelens (zich wel eens ongemakkelijk voelen, (te) veel emoties voor iemand hebben, rationeel iets aanpakken, controle als vlucht voor emoties, een ontgoocheling reduceren en omzetten in iets anders, mensen die zich vooral herleiden tot een rol (moeder of vader zijn)….) uitvergroot tot het (autistische) uiterste.

- Hoofdpersoon is soms vergelijkbaar (maar minder extreem) met de autistische jongen bij Haddon

- Qua opbouw erg knap (alles draait rond het feestje en dan de ‘twist’ op het einde met de moorden alhoewel die wreedheid bij hem er altijd al was); enkel het begin van het derde deel vond ik te lang. Mooi is bijvoorbeeld ook dat hij naar Schiphol gaat als ‘job’ en dan uiteindelijk ook echt op reis gaat, de Tolstoi-referenties over kunst en het leven…. Een vakman

- Dit is geen crossover-boek

- Stilistisch erg mooi, alhoewel erg gewoon en sober; soms metaforische uitspattingen die erg knap zijn

- Freudiaanse interpretatie ligt zo voor de hand (het omgekeerde electracomplex, de anale persoonlijkheid) maar zonder dat het overdreven is.

- Geen leuk mensbeeld :het beest in ons (de moord, seks met het meisje tijdens het feestje, de verkrachting-achtige spelletjes met zijn vrouw, vlucht voor intimiteit (de Ghanese ‘een beurt geven’, het ontmenselijken van anderen (bv. de huurder, de jongens als passanten) en toch laten meeleven met zieligheid van Jorgen, zelfs begrip laten opbrengen

- Het leven is miserie troef als je ouder wordt (vrouw heeft niemand meer om naar toe te gaan dus komt ze maar terug, alhoewel er misschien toch nog wel iets is bij haar, zie het einde van het boek) alhoewel er kleine lichtpuntjes kunnen zijn.

- Huiveringwekkend indrukwekkende leeservaring van een meester

Tot donderdag (morgen of vandaag)

Rudi

23 april 2007

portalegre!

En dan hier alvast een paar foto's van in Portugal! Je ziet: onze Belgische fair-stand, our Turkish and Polish friends, een uitzicht vanop het kasteel in het bergstadje Marvao en wij in de zon! Tot donderdag met meer van dit en vooral met heeeel veel Tirza! Christina

lekker dessert

Nog één laatste hoofdstuk te gaan. En dan, jammer, maar helaas, moet ik Tirza dicht klappen. Wat een wervelende en vaak adembenemende leeservaring! Ik kijk al heel erg uit naar de bespreking ervan donderdag. Zo fijn, dat na het lezen van het boek je nog zicht heb op een lekker dessert.