10 juni 2008

De Boekendief

‘Wanneer de Dood een verhaal vertelt, kun je maar beter luisteren’, zegt de ondertitel op de cover van de intrigerende roman ‘De Boekendief’ van de Australische auteur Markus Zusak. Wie dat advies ter harte neemt wordt meteen en onweerstaanbaar mee gezogen in het ontroerende, geestige, en hoogst origineel gecomponeerde verhaal over Liesel Meminger. 550 pagina’s lang onderhoudt de Dood de lezer over een hoopje mensen uit de Himmelstraat in Molching, een benepen stadje in de buurt van München en Dachau, tijdens WO2. Liesel wordt er door haar moeder om veiligheidsredenen ondergebracht bij een pleeggezin. Tijdens de treinreis daar naartoe neemt de Dood Liesels kleine broer Werner mee. Dat hoort nu eenmaal bij zijn job, verklaart hij verontschuldigend. Daarbij raakt hij voorgoed gefascineerd door het oudere zusje en haar geschiedenis. In haar radeloze verdriet raapt Liesel na de begrafenis een boekje op dat in de sneeuw verloren lag, een ‘Doodgravershandboek’, een handleiding in 12 stappen naar succesvol doodgraven. Dat boek wordt de enige troostende herinnering aan haar dode broer en aan een verdwenen kindertijd en met die diefstal stelt ze meteen een eerste daad van verzet tegen de gang van zaken. Gestolen boeken vormen de rode draad in dit bizarre oorlogsverhaal. Aan het eind zal Liesel er veertien verzameld hebben, die stuk voor stuk een link hebben met wat haar overkomt. ‘De Boekendief’ is een boek over de troostende én vernielende kracht van woorden en verhalen. Gekweld door boze dromen leert Liesel tijdens eindeloze slapeloze nachten lezen. Haar pleegvader Hans Hubermann – de zachtaardige accordeonist ‘met de zilveren ogen’- wordt haar leraar. Met engelengeduld en met het ‘Doodgravershandboek’ als macaber didactisch materiaal. Het stelen van boeken wordt een onweerstaanbare drang voor Liesel, want woorden werken verslavend, en bieden een bevrijdend tegengewicht tegen de woorden waarmee Hitler een waanzinnige oorlog organiseerde. Later zal Max Vandenburg, een in de kelder van de Hubermanns ondergedoken jood, de bladzijden van ‘Mein Kampf’ met witte verf overschilderen en er een nieuw verhaal in schrijven voor Liesel, als bezegeling van hun vriendschap. En na een soort Kristalnacht in het stadje, redt Liesel alweer een boek uit de brandstapel. In de schuilkelders brengt Liesel soelaas met haar voorleessessies en uiteindelijk zal het boek dat ze zelf in de kelder zit te schrijven voor haar redding zorgen tijdens een verwoestend en moordend bombardement. ‘De Boekendief’ is niet nog maar eens een oorlogsverhaal over nazi-Duitsland en de Holocaust. Dat heeft alles te maken met het bijzondere vertelperspectief en met de merkwaardige chronologie. Zusak voert de Dood op als een meesterlijke verteller met kennis van zaken. Geen voorspelbare ‘Magere Hein’ met zeis en ander toebehoren, maar haast van vlees en bloed: cynisch, grappig, welsprekend, irritant bedillerig, teder en vol mededogen tegelijk, doet hij zijn curieuze verhaal en probeert hij de sympathie van de lezer te winnen. Hij blijkt al even bang voor de mensen als die voor hem zijn. En bovendien ‘gekweld door mensen’ en het menselijk ras: ‘hoe één en hetzelfde tegelijkertijd zo lelijk en zo prachtig kon zijn, en zijn woorden zo vernietigend en zo briljant.’. Markus Zusak maakte een briljant geschreven en ingenieus bedacht cross-over boek dat onlangs terecht met een Zilveren Zoen werd bekroond. De Boekendief. Markus Zusak. Vertaald door Annemarie Lodewijk. The House of Books. Annemie Leysen

21 april 2008

SMAK en Justin Case; een paar losse beschouwingen • Deze twee crossover, of Young Adult, of Bildings-, of coming of age-romans hebben – inhoudelijk althans - veel met elkaar gemeen. Sam en David (alias Justin) ondernemen allebei, en elk op hun eigen bizarre manier, alles om aan de onafwendbare volwassenheid te ontsnappen. Justin vervalt herhaaldelijk in een soort depressieve apathie; Sam zoekt zijn heil in een virtuele ‘vertrouwenspersoon’ (de ultieme skater Tony Hawk). En allebei hebben ze heel erg hun mummy nodig… • Humoristische en scherpe dialogen in ‘Smak’. Ik vond de gesprekken met en de citaten van de skateheld aandoenlijk en erg slim bedacht. Meg Rosoff kon me stilistisch heel wat minder bekoren. Een erg artificiële constructie, deze Justin Case, waar ik met de grootste moeite doorheen ben geraakt. Het absoluut onliteraire puberale gedram in ‘Smak’ vond ik erg geloofwaardig en geestig. • ‘The Catcher in the Rye’ revisited in ‘Smak’. Duidelijke verwijzingen naar de openingszin op de eerste pagina… • Drie reisjes in de toekomst lijken me best acceptabel en een interessante compositorische ingreep. Annemie CITATEN Uit Smak ‘Een baby is natuurlijk niet zo iets als een iPod. Het grootste verschil is dat niemand je berooft om je baby. Je hoeft je baby niet in je zak te houden als je 's avonds laat in de bus zit. Dat zegt toch wel iets.’ ‘Ik had een smak gemaakt. De wieltjes waren losgekomen van de trucks en de trucks waren losgekomen van het deck en ik was tien meter de lucht in gevlogen en tegen een stenen muur geknald. Zo voelde het, tenminste. Maar zonder zichtbare verwondingen.’ ‘Rufus werd geboren op 12 september. Als Alicia’s weeën niet waren gestopt, zou hij op 11 september zijn geboren, wat niet geweldig zou zijn geweest, eigenlijk, hoewel er natuurlijk talloze mensen geboren zijn op 11 september, sinds 11 september.’ Annemie

Nick Hornby

Nick Hornby Smak Is dit een crossover boek ? Eerlijk gezegd vind ik niet dat het echt ‘overcrosst’, in geen van beide richtingen. Enerzijds heb ik voortdurend het gevoel dat ik een volwassene hoor die probeert te klinken als een jongere – en dan heb ik het over de taal. Misschien ligt het aan de vertaling, dat kan, maar als ik duizend keer ‘als je begrijpt wat ik bedoel’ lees, dan denk ik: klinkt een beetje fake. En dan denk ik ook: niet genoeg geschrapt, jongen. Het boek is trouwens een flink stuk te lang, naar mijn gevoel. En anderzijds heb ik het gevoel dat het qua uitwerking aan de kant van de jongeren blijft steken: te veel en te simpele uitleg (waardoor het geheel te oppervlakkig wordt), veel te veel skateboard-toestanden en te weinig complexiteit. Maar misschien ben ik nu te streng, omdat ik net ‘Het Verdriet van België’ aan het herlezen ben, en dat snijdt je natuurlijk de adem af: hoe een auteur vanuit het standpunt van een elfjarige zo’n uitzonderlijk rijke en geschakeerde gevoelswereld kan oproepen, zonder ook maar één moment vals te klinken, en dan bijwijlen nog grappig zijn ook: pff en amai! Er zitten mooie vondsten in dit boek natuurlijk, zoals die imaginaire gesprekken met de superskateboarder Tony Hawk (die op een grappige manier de oppervlakkigheid van dat soort boeken blootleggen), de flash forwards (hoewel die op de duur op de zenuwen werken omdat ze te lang duren), en af en toe is Hornby best wel grappig en gevat, maar veel minder dan in ‘About a boy’ of ‘High Fidelity’: daar vindt hij écht de juiste toon! En wederom, net als bij Meg Rosoff, kom ik dan mezelf tegen. Als lezer bedoel ik: vind ik ‘High Fidelity’ leuker omdat ik meer affiniteit heb met LP’s dan met skateboards? Of is het gewoon nog eenvoudiger: word ik nu écht een beetje oud en vinden jongeren dit boek geweldig, nét omdat het zo babbelachtig en uitleggerig is, omdat het zo’n omstandige en herkenbare uitleg verschaft over al die relaties en toestanden (vader, moeder, skatevrienden, Alicia, seks, tricks) En tenslotte kom ik ook mezelf als schrijver tegen in dit boek, omdat ik net zelf zo’n jonge aap aan het woord heb gelaten in mijn laatste boek, en ik het dus zeer lastig vind om te oordelen over een zeer succesvolle collega die hier – naar mijn zeer bescheiden gevoel – te nadrukkelijk de stem van een jongere probeert te vinden, maar daar niet helemaal in slaagt. Maar ik weet uit ervaring hoe moeilijk dat begot wel is! Vragen, vragen, vragen… Morgen: antwoorden? Tof. Jan

20 april 2008

SMAK

Dit boek hoeft voor mij niet, maar zou bij veel jongeren wel eens kunnen aanslaan. De taal is erg beperkt in tegenstelling tot Rosoff, maar dat is ook logisch, want de jongen zelf is niet zo talig en je zit in hem. Dus wat mij vaak irriteerde, zou wel eens kunnen werken voor jongeren die zelf niet zo talig zijn en die verwoording van die emoties zo zelf ervaren. Ze krijgen dan een thema, een problematiek aangereikt op hun niveau. De kijk op trouw, liefde en seks is zo'n thema waar jongeren toch nogal mee zitten. Hoe Sam en Alicia op het einde hun 'relatie' beleven, is behoorlijk controversieel voor heel wat van die lezers en zal hen aan het denken zetten. Het is zo'n 'probleemroman' waar je met de klas, met jongeren over kunt praten vanuit hun leefwereld. Dat maakt het echter geen goed boek. Een groot aantal zaken zijn te cliché zijn voor ervaren lezers: zijn sociale klasse, zijn thuissituatie met de ongetrouwde moeder... . Dat sommige zaken heel lang van te voren al wel duidelijk zijn (dat er na de onveilige keer een baby komt, weet je als lezer ook al lang voor Sam het vertelt), hindert ook. De flash forwards over zijn leven met Roof en Alicia weken niet echt (o.a. omdat ze te lang zijn). Het boek is minstens 50 blz. te lang.... Allemaal waar, maar voor niet zo ervaren lezers zijn dit misschien wel troeven. Waar ik toch nogal wat vragen bij heb in zijn poging de jongeren te benaderen, is zijn poging om de taal van een jongere te gebruiken. Ik heb bij leerlingen en ook thuis bij onze kinderen al vaak te horen gekregen dat het een goede poging van de schrijver was om dat taaltje na te doen en te gebruiken, maar dat je het er zo kon uithalen dat het 'fake' was. Die indruk had ik hier ook vaak (dat kan ook aan de vertaling hebben gelegen natuurlijk). Dit boek crosst niet over, maar blijft aan één kant staan voor mij. Rudi

justin case

Ik had veel last om als lezer in Meg Rosoffs boek opgenomen te worden. Dat Noodlot als personage werkt voor mij niet (ook al begrijp ik wel hoe een 'puber' de dreiging van allerlei dingen die fout kunnen gaan in het leven, kan ervaren); de wijsheid van Dorothea is soms/vaak irritant (ook al begrijp ik wel dat sommige kinderen erg vroeg levenswijs zijn), de ouders zijn erg cliché (ook al begrijp ik wel dat zo'n puber niet de meest evidente persoon is om mee om te gaan)... Ald ie dingen hinderen en staan in de weg. Ik begrijp wel wat Rosoff wil doen en vertellen; ik vind het zelfs (creatief) gewaagd van haar om op deze niet evidente manier een puber en zijn duisternis te beschrijven, maar dat is niet voldoende om het voor mij een goed boek te maken. Dat "begrijpen" en "vinden" is te theoretisch en onvoldoende om van een goed boek te spreken. Dat iedereen zo nu en dan het verhaal van zijn of haar standpunt mag vertellen is ook wel begrijpbaar, maar moet dat nu echt iedereen zijn (zelfs Ivan op een bepaald moment).... En toch. Het heeft wel wat. Ze kan heel wat met taal (vooral dat) en het boek heeft erg mooie passages, gaat er soms op een heel leuke manier over, waardoor het grappig wordt in zijn duistere kanten. Het portret van de puber is wel (in zijn donkerte) één dat kan voorkomen inclusief imaginaire hond; dat die hond als een soort rode draad, als begin, midden en einde van het boek, werkt, is ook wel knap. Die opbouw zit dus wel goed. Hoe meer ik las, hoe beter ik het vond, maar de 'maars' bleven toch een aantal keren komen en dat is geen goed teken. Ik vraag me ook af of jongeren dit boek wel aan kunnen; dit is een boek dat misschien voor hen wel 'te' is met dat Noodlot, die hond... terwijl Hornby's boek in zijn grotere evidentie wel eens beter zou kunnen aanslaan. Zijn wij geen crossoverboeken aan het lezen vanuit de volwassenheid, vanuit de ervaren lezer? Dan valt Hornby's boek heel snel door de mand en vinden wij over het algemeen Rosoffs boek beter. Lezers van dit soort boeken zijn maar voor een beperkt gedeelte ervaren lezers en die zouden dus door de eenvoud, de duidelijkheid, de beperktere taal... van Hornby wel eens veel meer gecharmeerd kunnen zijn dan door dit boek. Rudi

19 april 2008

Justin Case

Na ‘Hoe ik nu leef’ was ik met heel hoge verwachtingen aan dit boek begonnen, maar de teleurstelling was groot. Ik vond er geen zak aan. Zeer goed geschreven, dat wel, die Meg Rosoff kan echt wel met haar laptop overweg, en verschillende scènes zijn hel straf (de jas, het hardlopen, de ingebeelde hond, de vliegtuigramp), er zitten mooie personages in (Agnes) en de vondsten en de goed gekozen details zijn ook nogal talrijk, maar het ‘pakt’ me geen moment. Hoe dat komt? Je ne sais pas. Misschien is het uitgangspunt te artificieel? Niet, denk ik, want er bestaat een bvb film met ongeveer hetzelfde uitgangspunt: ‘Le battement d’ailes du papillon’ (als een vlinder met zijn vleugels klappert boven de Atlantische Oceaan kan dat een orkaan veroorzaken boven de Stille Oceaan, mits een aantal voorwaaren die ik nu vergeten ben maar die te maken hebben met de chaostheorie) en die vond ik zeer boeiend en plezant en onderhoudend. En ontroerend ook, bijwijlen. Het zal dus aan de uitwerking liggen. Justin komt - voor mij - nooit tot leven. Zo simpel is het eigenlijk. Hij pakt me niet, hij pakt me niet mee, hij ontroert me niet. Ik zit niet in spanning over wat er nu weer met hem zal gebeuren, ik ben niet bang voor de Kismet-gast die af en toe in vet gedrukte bladzijden komt dreigen, ik weet niet of het zal lukken met Agnes en of hij goede seks gehad heeft met haar (en eigenlijk wil ik dat ook niet weten)en wat kan me in godsnaam die ijsgrijze suède jas schelen! Kortom: het raakt me allemaal voor geen millimeter. En dat is natuurlijk dodelijk voor een boek, hoe goed het ook geschreven is. And that puzzles me: hoe komt dat toch, dat zo’n verhaal niet tot leven komt? Ligt het aan mij, aan het moment van de lectuur? Zat ik toen op een punt in mijn leven waarop ik dat soort verhalen niet toeliet? Of was ik gewoon te moe? Of waren de omstandigheden niet goed? (Ik heb ooit eens een boek van Scott Fitzgerald gelezen in de wachtkamer van een ziekenhuis – daarna nooit meer Scott Fitzgerald kunnen lezen…) Maar nee hoor, nikske van dat alles, vrienden,ik verzeker u: ik was perfect gelukkig toen ik dit boek las, Claus was nog niet dood, ik was nog niet herbegonnen in ‘Het Verdriet van België’ (waarbij zovele andere boeken in het niets verzinken), ik was niet chagrijnig, bitter of depressief, ik had geen tandpijn en mijn lief had mij niet verlaten. Help mij, lieve leesvrienden: hoe komt dat toch? Tot maandag, Jan

28 januari 2008

De keuze van Annemie

Op het eerste gezicht heel toegankelijk, die poëzie van Szymborska. Alles lijkt glashelder, doorzichtig, eenvoudig. Soms denk je dat, wat ze te vertellen heeft, net zo goed in een prozastukje of een column zou passen. Maar steeds weer bots je op die raadselachtigheid, die andere, meer poëtische logica, dat suggestieve, die andersoortige alchemie die in proza geen stem kan krijgen. Haar inzichten zijn vaak verrassend warrig en mysterieus, maar –gelukkig maar – nooit vervalt ze in het irritante soort geheimtaal waar poëzie vaak voor wordt misbruikt (vind ik, althans…). Mijn keuze: ‘De eerste foto van Hitler’ (p 248-249): Szymborska komt hier wel erg ironisch (cynisch?) uit de hoek. Niets dan schattige aardigheidjes worden rond een babyfoto van Hitler geassocieerd. De opsommende diminutieven laten alleen maar hoop op veel goeds vermoeden. ‘Een duifje zien betekent een blijde boodschap’: mogelijke verwijzing naar vredesduif?? Het adres van de fotograaf, vermeld aan het eind, moet het helemaal echt doen lijken en suggereert meteen ook mogelijk onheil (een nette buurt, betrouwbaar, maar: ‘Geen jankende honden of onheilspellende voetstappen. ’). De twee laatste regels vind ik moeilijk te plaatsen… ‘De plas’ (p 330): Een typisch Szymborska-gedicht, lijkt me. Erg simpel op het eerste gezicht, een angstfantasie zoals kinderen die kunnen hebben: door een bodemloze plas heen zakken en ergens (waar?) door het wolkendek worden ingesloten… Een mooi beeld, vind ik dat. En dan het bevrijdende inzicht: ‘dat niet alle slechte avonturen/ binnen de regels van de wereld passen/ en kunnen gebeuren/ zelfs al zouden ze het willen.’. Hoewel hier wordt gesuggereerd dat er wél heel wat verkeerds kan gaan. Szymborska zet je wel vaker op het verkeerde been… ‘Einde en begin’ (p 280-281): Een aangrijpend gedicht over de waanzin van oorlog, over hoe mensen vergeten, over de opbouw; heel mooi verwoord vind ik. In de eerste vier strofen gaat het over het opruimen van een oorlog. Een obligate, doodgewone klus, zo klinkt het. Opvallende herhaling van ‘Iemand moet..’ relativeert de ellende, laat een en ander erg terloops en alledaags klinken. Erg cynische overgangsstrofe: ‘Fotogeniek is het niet/ en het kost jaren./ Alle camera’s zijn al / naar een andere oorlog.’. Het vergeten is begonnen. Daarom ook die halve, onvolledige verzen in de volgende strofe? De verhalen over wat gebeurde gaan algauw vervelen. ‘Doorgeroeste argumenten’ worden vanonder een struik opgegraven en naar de vuilnisbak gebracht. Waar ging die oorlog ook weer over? De laatste strofe herinnert aan het gedicht ‘Grass’ van Carl Sandburg. Gras bedekt alles op den duur… een hoopvol stemmend slot? Ook hier weer die beweging van heel gewoon en smal naar allesomvattend, zowel in de taal als de thematiek. Annemie

27 januari 2008

Wislawa Szymborska (selectie Marleen)

Een eerste gedicht dat ik wil aanhalen is het korte Vietnam (p 124). Een reeks eenvoudige vragen krijgt steeds het korte ‘Weet ik niet’ als antwoord. Met weinig woorden creëert Szymborska hier een sfeer van verregaande onverschilligheid, gevolg van alle geleden ontbering. Of gaat het veeleer om radeloosheid? Een ding is wel duidelijk: voor haar kinderen zal deze vrouw nog tot het uiterste gaan.

Een verwant thema, vluchtelingen, komt aan bod in Enkele mensen (p 339). Het universele karakter, dat in het begin van het gedicht wordt opgeroepen met ‘in een of ander land’, wordt in heel het gedicht verder doorgetrokken (‘een of andere weg’, iemands weggrissen van iemands brood’, ‘dichtbij of verder weg’), soms tot in het absurde (‘een of ander alles’). Het woordenspel komt ook mooi tot uiting in de derde strofe: ‘elke dag leger,’, doelend op de kruiken en bundels, ‘elke dag zwaarder’, verwijzend naar de tocht zelf. Of helemaal op het einde: ‘en zal hij hen in een of ander leven laten’.

Lijst (p 347) haalt een aantal vragen aan over ‘belangrijke en minder belangrijke kwesties’. De toon van het hele gedicht blijft evenwichtig terwijl de soorten vragen en de manier waarop ze gesteld worden toch afwisseling brengen. Geen vreemde sprong aan het einde van het gedicht dus, iets wat me in vele andere gedichten van Szymborska toch wel wat stoorde.

Marleen

25 januari 2008

Enkele notities

Een beetje commentaar na een (veel te snelle) kennismaking met de poëzie van Szymborska. Origineel en efficiënt taalspel zag ik aan het werk in ‘Kleding’ (p. 239). Het lijkt op het eerste zicht wel een lesje in het vervoegen van werkwoorden, of een greep uit het betekeniswoordenboek. Een niet nader genoemde jij, wij en jullie trekken diverse kledingstukken uit (en naderhand weer aan) voor een consult bij de dokter:“jassen, blazers, colbertjes, blouses / van wol, van katoen, polyester/ rokken, broeken, sokken, ondergoed’. De ongerustheid van de patiënten blijkt echter voor niets geweest te zijn, wat tot opgelucht en opgewonden gekwetter leidt: “zie je wel, en jij dacht, en wij vreesden, en jullie veronderstelden, en hij vermoedde’. Er is nog tijd van leven voorspeld, en het verfrommelde sjaaltje, achteloos in b.v. een mauw gepropt, blijkt plots nog langer van nut te kunnen zijn dan gevreesd. Een universele ervaring krijgt hier heel concreet gestalte door het nauwkeurig benoemen van kleren en manieren van ze aan te trekken, het weergeven van flarden gesprekken. Een heel conreet, aanschouwelijk gedicht, zonder het ietwat drammerige en betogende dat vaak de gedichten van Szymborska kenmerkt.
Iets te betogend naar mijn smaak is b.v. De mensen op de brug (p. 271)(zie plaatje bovenaan), maar het is wel een interessante reflectie op de verschillende wijzen van kijken naar een prent. De titel van het gedicht verwijst naar een tekening van de 19de-eeuwse Japanse prentkunstenaar Utagawa Hiroshige. Het is een prent uit de serie ' One Hundred Views of the Famous Places of Edo’ (Edo is de oude benaming voor Tokio), met als titel ‘Onverwacht onweer over de Shin-Ohashi brug en Atake. Het gedicht heeft als titel ‘De mensen op de brug’ (en fungeert ook als titel voor de bundel waarin het opgenomen werd). Met die titel wordt de lezer meteen enigszins op het verkeerde been gezet. Het gedicht gaat immers niet zozeer over wat de mensen op de brug meemaken, maar over het inzetten van kunst als verzet tegen de vergankelijkheid, een activiteit die de ik als ‘vreemd’ bestempelt, maar toch nog wel weet te waarderen. Al te gek wordt het echter wanneer sommige lieden zich gaan identificeren met ‘de mensen op de brug’, en wel zo vergaand dat ze hetzelfde horen en voelen, en menen dat zij ook aan de tijd zullen kunnen ontsnappen.
Een sterk gedicht vind ik ‘Martelingen’ (p.254-255), vol deernis voor het gepijnigde lichaam dat door de eeuwen heen steeds op dezelfde manier weerloos aanwezig blijft: ‘Het gebaar van handen die het hoofd beschutten / is echter nog precies zoals het was’. Ook de beulen blijven de hele geschiedenis door even efficiënt in het veroorzaken van zoveel mogelijk pijn in het lichaam ‘dat is en is en is / en zich nergens bergen kan’. De ziel daarentegen beschikt over zichzelf, kan komen en gaan, verdolen en de weg terug vinden, een thema dat overigens ook in andere gedichten in de bundel opduikt.
Heel aardig is op p. 257 ook ‘Het schrijven van een CV’, een ironische handleiding over hoe je bij het beoefenen van dit genre een mensenleven tot data en feiten hoort te reduceren. Geen beschrijvingen van landschappen dus, maar adressen, geen herinneringen maar data, lidmaatschappen zonder waarvan en onderscheidingen zonder waarvoor. Alleen jammer van de laatste regel, waarin de lichte toon van het vers plots overstemd wordt door het dreunen van de papiervernietiger, die de zinloosheid van CV’s naar mijn smaak al te nadrukkelijk in de verf komt zetten. An DV

24 januari 2008

Wislawa Szymborska

Een erg boeiend gedicht is ‘Vier uur ’s morgens’ blz. 39.

Typisch voor haar dichtkunst is dat zij erin slaagt om over iets heel gewoons (vier uur ’s morgens) een beschrijving te geven die dat moment veel meer kracht en cachet geeft, bepaalde facetten van dat moment doet oplichten en de lezer verwonderd doet kijken naar de wereld en zichzelf.

Opvallend is daarbij dat sommige woorden en echt concreet zijn (bv. het uur van zij op zij omdat de slaap niet (opnieuw) wil komen) en toch heel wat suggereren, respectievelijk vragen oproepen (bv. het uur geruimd voor het hanengekraai of het uur voor dertigjarigen). Die mix is erg typerend voor haar dichtwerk in allerlei variaties.

Een tweede is ‘Autotomie’ blz. 175 over de beide kanten die in ons en in de wereld aanwezig zijn, over de mens die en leeft in de wereld en zichzelf terugtrekt, die en lacht en huilt en beide tegelijkertijd kan doen. De vergelijking met de natuur en zoiets gewoons als een zeekomkommer relativeert de mens heel sterk en plaatst hem opnieuw in de natuurlijke orde van de dingen. Toch is hij ook speciaal, want anders dan bij de zeekomkommer omringt de afgrond ons. Dat idee komt ook voortdurend terug.

De taal is opnieuw ogenschijnlijk erg eenvoudig en direct to the point, maar opent tegelijkertijd allerlei perspectieven.

‘Het moment’ blz. 315 heeft een andere dimensie. Het is veel meer aanvaardend; het leven is er in alle momenten en de dichteres vraagt om meer aandacht voor het beleven van dat moment. Opnieuw is de natuur en de mens die daarmee verweven is, heel sterk aanwezig. Opnieuw vertrekt het gedicht van een eenvoudige waarneming die heel concreet (9 uur 30) omschreven wordt, maar het moment en de eenvoudige waarneming overstijgt.

Soms is in haar wereld alles harmonieus, maar vaak is er (een voorgeschiedenis van) vechten en wringen, van ontstaan en worstelen.

Soms is er echter ook puurheid en dan vallen woorden gewoon samen met de dingen.

Opnieuw is de taal en gewoon en openbarend, gaat het over het concrete van het moment en het individu, maar ook over altijd en de mensheid.

Rudi

26 november 2007

fragmenten (christina)

op het laatste nippertje nog mijn fragmenten: Helaasheid der dingen: p190 vanaf 'Zo. Gaan we eraan beginnen?' tot p193 "'Zou je nu niet onploffen!' zei onze Herman." (het stuk waar de demente grootmoeder een dronkemansliedje moet zingen) Een prachtig en hilarisch fragment. Ik kan moeilijk met de juiste woorden uitleggen hoe geweldig ik dit vind en waarom. Dus doe ik het maar niet. Het hele boek is eigenlijk een uitleg van waarom dit zo een mooi stukje is, en ik wil dit niet verpesten door dit met mijn eigen woorden uit te leggen. Maar jullie weten ongetwijfeld wat ik bedoel! Mevrouw Verona daalt de heuvel af Er zijn al heel erg treffende fragmenten en citaten gekozen op deze blog,. ik ben het helemaal eens met jullie keuze. Een ander mooi stukje vond ik dat van het onweer. p98. Maar het mooiste was toch de laatste paginas. Je weet het hele boek dat het eraan komt en toch is het nog helemaal anders dan je had verwacht, heel aangrijpend. tot straks! ik kijk er naar uit en ik heb ook al honger

25 november 2007

Citaten uit Mevrouw Verona...Uit Mevrouw Verona daalt de heuvel af’ (Annemie)

Uit Mevrouw Verona daalt de heuvel af’ p.20 'Beneden beschreef de rivier zijn weg in kalligrafische krullen, in sierlijke majuskels waarvan men sinds het gebruik van het schrijfklavier haast geen weet meer had. En terwijl ze naar dat landschap keken overwogen ze of ze de eenvoudige schoonheid ervan zouden blijven verdragen, of ze op den duur niet zouden worden meegesleept door de eenzaamheid van deze omgeving…..' p.53 'Hier zou zij blijven, en haar schoonheid zou verhabbezakken van de worsten die zij samen met de anderen vrat aan de oevers van de Gemontfoux. Zij bleef, wetende dat de heuvel later haar calvarie zou worden, en ten slotte zelfs haar harde contract met de eenzaamheid….En de dag waarop het nieuws hier door de heuvels trok, Mevrouw Verona blijft!, Mevrouw Verona blijft! hebben de mannen zingend vlokken schuim op de rivier gepist.'

Dimitri Verhulst - citaten gekozen door Marleen

Alle kossems, villegiaturen, vergauweloosden en kokkerullende meisjes ten spijt, heb ik gekozen voor twee eenvoudiger citaten:

Er was hun huis, en er was Oucwègne. Vol dorpelingen die ze niet kenden en die hermetisch durfden te leven volgens de vertellingen van stedelingen. Een sprong in het duister zou het worden. ‘Hier zou ik kunnen sterven’ zei ze, en Meneer Pottenbakker stak een sigaret op voor dat raam, liet zijn blik rusten op een myriade eeuwenoude bomen met basten die hem nog onbekende insecten een winterwoning boden. ‘Ik zou het denken’, had hij geantwoord. ‘Hier kun je ongelukkig zijn. We zouden gek zijn dit huis niet te nemen.’ p 20

‘Er is geen soepbeen, jongen, waarheen jij mij volgt.’ Maar dat leek hem niet te deren. ‘Eigenlijk zouden we eerst nog een goede woning voor jou moeten vinden.’ Ze had willen uitgaan als een licht, rustig, en zonder effecten. En nu drong het tot haar door dat simpel sterven keihard werken is, en dat er nog veel gevraagd zou worden van haar eer deze sneeuw gesmolten was, de rivieren voorjaarsachtig waamden en de vroegelingen onwetend het eeuwige leven uitschreeuwden. p 71

Uit Mevrouw Verona daalt de heuvel af, zoals je kan zien. Al heb ik eigenlijk meer genoten van De helaasheid der dingen, maar het is al wat langer geleden dat ik dat gelezen heb en dus vond ik het net iets moeilijker om daar zo direct de meest treffende citaten uit op te vissen.

Tot morgen, Marleen

Citaten en comments van Anneleen

Mevrouw Verona daalt de heuvel af Dimitri Verhulst Een dun boekje, maar absoluut een meesterwerk! Zo kun je dit boek het best beschrijven. Bij het lezen moet je je hoofd erbij houden want het bestaat uit prachtig aaneengeweven citaten die je één voor één zou kunnen inkaderen en vol eenvoudige waarheden over het leven zitten. Alles is doorspekt met een subtiele vorm van humor die je af en toe doet glimlachen. Het was dan ook niet eenvoudig er enkele citaten uit te kiezen. ‘Liefdeslang en niet langer zou een leven mogen duren’ (p. 100) Dit vat eigenlijk heel het verhaal samen voor mij. De man van mevrouw Verona is doorheen heel het boek aanwezig. Wanneer hij zich het leven ontneemt, is haar leven eigenlijk voorbij. Na dit citaat staat er dat de cello aan een nieuwe laag lak toe is. Wat er verder in die 20 jaar gebeurde is vaag en lijkt geen rol te spelen voor mevrouw Verona. Het idee van die cello vind ik ook erg aangrijpend. Het feit dat ze die laat maken uit het hout van die welbepaalde boom. Ze heeft een soort haat-liefde-verhouding met het instrument. Ze is ervan overtuigd dat de klank erg lelijk zal zijn, maar laat op het instrument toch telkens opnieuw een laag lak aanbrengen. Net zoals de dood van haar man een deel van haar leven geworden is, is ook de cello een deel van haar leven. De gelijkenis met en mens wordt bovendien benadrukt doordat het geluid vergeleken wordt met een menselijke stem. Een sprong in het duister zou het worden. ‘Hier zou ik kunnen sterven, ‘ zei ze, en Meneer Pottenbakker stak een sigaret op voor dat raam, liet zijn blik rusten op een myriade eeuwenoude bomen met basten die hem nog onbekende insecten een winterwoning boden. ‘Ik zou het denken,’ had hij geantwoord. ‘Hier kun je sterven, en hier kun je ongelukkig zijn. We zouden gek zijn dit huis niet te nemen.’ (p.20) Ik vind het spijtig dat dit nadien verder toegelicht wordt. Het is ook zo gewoon een mooie gedachte dat je een plek moet kiezen om te wonen waar je ook ongelukkig moet kunnen zijn en kunnen sterven. Zo denken we meestal niet, maar eigenlijk is dit belangrijker dan de vraag ‘kan ik hier gelukkig zijn?’. Bij het herlezen van het fragment viel het me op dat dit ook anders geïnterpreteerd kan worden. Meneer Pottenbakker kijkt naar de bomen als hij zegt dat hij hier zou kunnen sterven. Is dit een verwijzing naar wat er later gebeurt? In dit fragment kwam ik, net als in heel wat fragmenten uit het boek, woorden tegen die ik niet kende (myriade). Dit heeft me op geen enkel ogenblik gestoord omdat je uit de context vaak de betekenis kon verstaan en deze woorden bovendien erg mooi klonken. Een prachtig boek dat ik zeker nog eens zal herlezen! Anneleen

Citaten van Belle

hierbij twee stukjes uit Verhulst. Uit De helaasheid der dingen:(vanwege het ongelofelijke cynisme en zelfhaat. 'Men is toch altijd een beetje klootzak wanneer men een vrouw met een kind laat zitten, maar dat komt omdat je veel te weinig klootzak was om die vrouw te verlaten toen je haar nog niet met kind had volgestampt.' Uit Mevrouw Verona daalt de heuvel af (vanwege de kleurrijke cluster van prachtige beelden in één zin) 'Terwijl men vrolijk dronken raakte en de ballen alsmaar verder van het cochonet tot stilstand kwamen, beten de vissen zich vast in de lijnen die men her en der in de rivier had uitgelegd, waarna men de beesten grilde en veroberde uit het vuistje, hun graten haast oneerbiedig uitspuwend op de grond.'

citaten mevrouw Verona

Twee citaten uit een heel mooi boekje. 1 een ode aan de taal met heel veel Vlaams in en aan de stijl van Verhulst - Toen de vergauweloosden nog verliefden waren... (blz. 48) - Was het de geur van vlees of was het volgzaamheid die maakte dat er ergens op het kerhof een hond naar marmer blafte op de dag dat de laatste rustplaats van Meneer Pottenbakker uitgevademd was? (blz. 49) - De hellingsgraad was er zodanig dat Ravel meermaals als de cascadeur in een circusact door zijn lochting strompelde, en de verhuizers die zijn spullen vloekend naar boven sjouwden verwensten een piano met een vleugel die geen vlerk kon zijn. (blz. 51) - Want zijn de veel te jonge weduwen in de verhalen altijd modellen uit de toonzaal van de schepping, het is hier niet anders. Wij zullen zuinig zijn op de inkt en het papier en ons hier beperken tot haar rode haren die in lokken schaafkrullen tot op haar schouders hingen, haar teint van eierschaal, haar zonneogen op een eeuwig middaguur, haar slankheid en beweeglijkheid, haar alles ontgrendelende lach zuiver als wiskunde die de gevoeligsten soms tijdelijk verlamde, de onredelijke benen die dit alles piëdestalden, en alle bijhorende vormen die een mens daarbij verzinnen kan. (blz. 53) - .... 2 Inhoudelijker Mevrouw Verona wierp met dit gebaar haar rouw af, ze was klaar voor een nieuw leven. Natuurlijk, niemand kreeg een nieuw leven, dat was maar een manier van zeggen. Het leven immers was niet zoiets als een stuk tekst waaronder men een lijn kon trekken om in hetzelfde schriftje verder te gaan met een compleet nieuwe tekst. Maar men bood zich graag die illusie aan wanneer de trouw aan een herinnering de moed om verder te leven in de weg stond. Opnieuw beginnen, alles indelen volgens hoofdstukken omdat die af te sluiten zijn, en voor zichzelf blijven vasthouden hoe makkelijk dit is.

22 november 2007

Mevrouw Verona: het citaat van Jan

Mevrouw Verona daalt de heuvel af

Het citaat:

‘Straks zou het weer gaan sneeuwen en geen slee zou voren trekken in het wit. Zij keek een laatste maal het bos in, en zag hoe het zich na haar geliefde weer had zien te schikken naar zijn eigen smaak. De oorlogen tussen de mossen en de schorsen werden sedert jaren weer openlijk bedreven, de iepen stierven staande en wortels woelden in colère de wereld om. Vastbesloten te revancheren, de planeet opnieuw te regeren, zijn chaos te installeren waarin niemand maar een logica kon zien, was het bos begonnen met woekeren. En het was prachtig. De mens: ze hadden hem nooit uit het water mogen laten kruipen. Misschien was het een gunst van haar hersens die haar toestonden dat laatste nog te denken alvorens zelf te sterven.’ (p. 33)

Maandag zal ik met veel plezier wat uitleg verstrekken bij mijn keuze, zittend of staande, in colère of in rust, alnaargelang, en niet helemaal onafhankelijk van de hoeveelheid spiritueuze stoffen die mijn hersenactiviteit op dat uur van de avond bevorderen hetzij afremmen, godver, ik ben hier aan een zin begonnen waar ik niet uit geraak geloof ik, ik geraak erin verstrikt gelijk in de wortels van een uit de kluiten gewassen iep - Kleine, haal boven eens mijn tanden, dat ik die mensen hier een beetje deftige uitleg kan geven!

Tot dan,

Jan

de helaasheid der dingen

Enkele ideeën rond 'De helaasheid...' die bij me opkwamen tijdens het lezen. 1) Hij mythologiseert eigenlijk de wereld en zijn jeugd; dat is al duidelijk te zien in de inleidende citaten. De grootmoeder wordt veel meer dan een gewone plaatsvervangende moeder; zij wordt een soort oerverzorgster. De broers worden in hun drinkers-zijn bijna oermensen. Op de koop toe mythologiseren ze zelf nogal wat; denk maar aan Roy Orbison of de Ronde van Frankrijk. Dat geeft een extra en eigenlijk wel boeiende dimensie aan dit Vlaamse realisme over de achter/onderkant van de maatschappij. 2) Hij doet dat ook met de taal waarmee hij de miserie verwoordt. Hij maakt gebruik van volkstaal, maar creëert daar een eigen taal uit die de poëzie van de miserie aangeeft, soms bijna de lelijkheid tot schoonheid maakt. 3) Verhulst heeft daarbij een eigen stijl, een eigen taal die je kunt vergelijken met andere schrijvers (sommigen noemen hem de nieuwe Boon, maar dat klopt qua taalgebruik toch niet echt). Die stijl leest erg aangenaam, heeft een eigen ritme (en dat vindt Verhulst blijkbaar erg belangrijk) en geeft de dingen een eigen dimensie. De ironie (is het dat wel?) geeft het lezen nog een extra dimensie. Je weet niet helemaal hoe de verteller precies staat tegenover de wereld; hij is ook een Verhulst en verdedigt de wereld van de Verhulsten, maar staat er ook wat buiten naar te kijken. Ironie heeft soms diezelfde houding. Ook die mytholigisering is soms grappig (Ronde van Frankrijk), maar niet alleen dat. Wat soms stoort is de vertellerscommentaar (soms beoordeling) die iets te veel voorkomt. 4) Verhulst is een vakman in de opbouw van zijn verhalen (bv. Franky) en in het leggen van verbanden tussen de verhalen (bv. de hond die losgebroken is). Soms vind ik het iets te doorzichtig. De opbouw van het geheel is erg duidelijk; op het einde is de verteller de wereld ontgroeid en heeft hij een pijnlijke confrontatie met de eigen ex-wereld die (getuige de laatste zin) toch blijft doorwerken. 5) Het boek is misschien iets te lang in het midden. Hoe goed geschreven en vermakelijk ook, soms was het iets te veel herhaling. Als ik de tijd vind, krijg je ook enkele ideeën over 'Mevrouw Verona'. Tot maandag Rudi

18 september 2007

On chesil beach

Altijd boeiend bij McEwan is zijn taalbeheersing en stijl. Hij kan over ongeveer alles fascinerend schrijven of het nu een squashwedstrijd is of klassieke muziek of een busrit door een stad. Zijn verwoordingskracht, zijn taalbeheersing is enorm. Hij kan, in tegenstelling tot zijn personages, wel de woorden voor de subtiliteiten bij mensen vinden. Erg goed gedaan is hoe hij hun de mislukte relatie uitwerkt: van alle kanten krijg je informatie (hun opvoeding, het tijdskader, hun privé-leven, hun karakter, hun verleden...) en toch kun je niet alles vatten, blijven er tragische vragen. Is zij frigide, want op een bepaald moment wordt zij toch eventjes opgewonden; is er in haar verleden iets gebeurd; is zij niet zo intellectueel-muzikaal bezield dat ze daar een opwindende ervaring heeft en dat die voor haar volstaat; .... Ook hun liefde is iets geks; waarom worden zij juist verliefd op elkaar (coup de foudre - onbegrijpelijkheid van de liefde - waren ze er op dat moment rijp voor - ...). En dan mislukt alles door een ongewilde reactie van enkele seconden. Die poging om vat te krijgen op het leven, maar tegelijkertijd de mislukking van die poging omdat er zo veel kleine zaken, zo veel toevalligheden mee spelen, is boeiend aangepakt. Knap gedaan is de perspectiefwisseling; na een tijdje gok je, weet je wat de ander aan het denken en voelen is. Op het einde laat hij de verdere levensloop bij Florence ook gewoon weg en kan je, als lezer, invullen. Vandaar dat ik het einde eigenlijk niet nodig vind. Ze hebben inderdaad pech dat het 'maar' 1962 is en dat nadien de 'seksuele revolutie' uitbreekt, maar dat kon je zelf wel invullen. Het leek me leuker te zijn om gewoon voor je zelf uit te maken of ze beiden nu een gelukkige toekomst zouden krijgen, of deze gebeurtenissen grote wonden hadden geslagen.... Bij Florence doe je dat ook; je vult voor je zelf in of ze ooit een mooie seksuele ervaring heeft gekend of ze een relatie met iemand is durven beginnen.... Nog boeiend is vaak de beschrijving hoe ze iets anders willen zeggen of doen, maar hoe er iets innerlijks is dat hen belet dat te doen of te zeggen, een kracht/drift die groter is dan hun wensen om het allemaal goed te doen. En zo mislukt hun leven. Wat minder goed was, was die verteller. Hij probeerde zo veel uit te leggen met een soort auctoriële toon, dat het soms lichtjes irritant werd. Ik had ook vaak het George Eliot-gevoel of een Jane Austen-indruk. Dat is wel positief, maar deels ook negatief; ik waande mij soms in een roman uit de negentiende-eeuwse traditie, met alle positieve, maar soms ook negatieve connotaties vandien en dan vooral dat vertelstandpunt, die controle die uitgaat van die verteller. Ook al lukt zijn alles omvattende verklaring niet helemaal, toch is er die hang naar controle van al die dingen. Opgeteld een erg mooi boek over de fataliteit van een tijdskader en van enkele seconden. Rudi

17 september 2007

Aan Chesil Beach

Enkele beschouwingen bij On Chesil Beach Ian McEwan 'Annus Mirabilis' Sexual intercourse began In nineteen sixty-three (which was rather late for me) - Between the end of the Chatterley ban And the Beatles' first LP. Up to then there'd only been A sort of bargaining, A wrangle for the ring, A shame that started at sixteen And spread to everything. Philip Larkin Tijd en setting; protagonisten Zomer 1962; Kust van Dorset (UK) Post-war Engeland Oxford, Chiltern Hills, Chesil Beach Tussen twee tijdperken in, net voor sexuele bevrijding en permissiviteit van 70-ies Edward (23) en Florence (22) op huwelijksreis Edward: zoon van onderwijzer en geestelijk gehandicapte moeder. Beloftevolle toekomst Florence: upper middle class. Gedreven violiste. Beschermd opgevoed. Vrij emotieloze en kille omgeving. Allebei meer dan intelligent, maar emotioneel weinig schrander. Thematiek Hoe onwetendheid catastrofale gevolgen kan hebben E.en F. als slachtoffers van hun tijdsgeest, opvoeding, klasse en afkomst. ‘Zo kan dus een hele levensloop worden veranderd – door niets te doen.’ (p.153) Gemiste kansen door een onuitgesproken woord of nagelaten gebaar. Onschuld, naïveteit, zelfbedrog, verloren kansen en foute beslissingen Onmogelijkheid van échte communicatie? Ballast van Victoriaanse moraal Stijl/ structuur/ literaire analyse Novelle Wisselend personaal perspectief Volmaakte spanningsopbouw Klassiek drama in 5 scenes: 1. bruidskamer in Dorset; catastrofe dreigt, hangt in de lucht 2. wat vooraf ging: kennismaking en voorgeschiedenis van twee protagonisten. Rol van het toeval! Mislukking was al vooraf aanwezig. 3. terug in de hotelkamer: rampzalige mislukking van de huwelijksnacht; detailbeschrijving van het hopeloze geklungel. Florence woedend én radeloos af. 4. Herinneringen aan het jaar dat voorafging. Edward zoekt verklaringen voor fiasco. Vertrekt naar het strand. 5. Confrontatie op avondlijke strand. Verloren kansen…Hoe het Edward verder vergaat. Typisch McEwan: toon afwisselend geestig en tragisch, afstandelijk en vol medeleven Zin voor het relevante detail Dissectie van een relatie met ongelooflijke precisie Focus op minuscuul universum: het universele achter het particuliere Beelden: p. 75: ‘ze had zich in een soort onbehaaglijke droomtoestand gestort die haar hinderde als een ouderwets duikpak in diep water. Haar gedachten leken niet van haarzelf – ze kreeg ze via een slang, gedachten in plaats van zuurstof.’ Metafoor van strand: land en water ontmoeten elkaar(bekend en onbekend) en van grotere en kleine keien op het strand. Citaten p.23: ‘Hun verkering was een pavane geweest, iets wat zich statig ontvouwde, gebonden aan protocollen die nooit werden afgesproken of verwoord, maar algemeen in acht werden genomen. Niets werd ooit besproken – maar ze voelden het gebrek aan vertrouwelijke gesprekken ook niet. Dit waren onbenoembare, onbeschrijflijke dingen. (….) maar het was nog niet gebruikelijk om jezelf in alledaagse termen te beschouwen als een raadsel, als een oefening in verhalende geschiedenis of als een probleem dat wachtte op een oplossing.’ p.153: ‘Met liefde en geduld – had hij beide nu maar tegelijk bezeten – zouden ze het samen vast hebben gered. (….) Zo kan dus een hele levensloop worden veranderd – door niets te doen.’ p.7: ‘Ze waren jong, welopgevoed en allebei nog maagd op deze avond voor hun huwelijksnacht, en ze leefden in een tijd dat een gesprek over seksuele problemen ronduit onmogelijk was. Maar eenvoudig is dit nooit.’ Mijn appreciatie Een boek dat me niet bij de eerste lezing kon overtuigen. Het vertelmateriaal leek me wat mager, bijwijlen voyeuristisch, opgeklopt… Maar… na een tweede en derde keer ontdekte ik toch hoe McEwan een minitragedie als deze meesterlijk én gereserveerd in een universeler kader zet. Ik werd getroffen door de dubbelheid van wrange ellende en milde humor, en door het immense mededogen en de eindeloze melancholie. Vooral de uitgekiende compositie (5 bedrijven) en de zuinige stijl vond ik geniaal. Ook de manier waarop de twee karakters, met hun gelijklopende en toch totaal verschillende verwachtingen, in al hun clumsiness hun grote en echte liefde willen bezegeld zien… van een grote ontroering. Slimme verspringing van perspectieven, ook, zonder nadrukkelijkheid. Prachtige evocatie van een tijd, tussen twee era’s gevangen. Net voor swinging London, sex, drugs en Rock and Roll Hoe McEwan ons in het ongewisse laat over Florence’s toekomst… knap gevonden en tilt het boek boven voorspelbare middelmatigheid. Veel blijft ongezegd. Fascinerend spel van aantrekken en afstoten. Trage ritme voert spanning op. Annemie Leysen