10 juni 2008
De Boekendief
21 april 2008
Nick Hornby
20 april 2008
SMAK
justin case
19 april 2008
Justin Case
28 januari 2008
De keuze van Annemie
27 januari 2008
Wislawa Szymborska (selectie Marleen)
Een verwant thema, vluchtelingen, komt aan bod in Enkele mensen (p 339). Het universele karakter, dat in het begin van het gedicht wordt opgeroepen met ‘in een of ander land’, wordt in heel het gedicht verder doorgetrokken (‘een of andere weg’, iemands weggrissen van iemands brood’, ‘dichtbij of verder weg’), soms tot in het absurde (‘een of ander alles’). Het woordenspel komt ook mooi tot uiting in de derde strofe: ‘elke dag leger,’, doelend op de kruiken en bundels, ‘elke dag zwaarder’, verwijzend naar de tocht zelf. Of helemaal op het einde: ‘en zal hij hen in een of ander leven laten’.
Lijst (p 347) haalt een aantal vragen aan over ‘belangrijke en minder belangrijke kwesties’. De toon van het hele gedicht blijft evenwichtig terwijl de soorten vragen en de manier waarop ze gesteld worden toch afwisseling brengen. Geen vreemde sprong aan het einde van het gedicht dus, iets wat me in vele andere gedichten van Szymborska toch wel wat stoorde.
Marleen
25 januari 2008
Enkele notities
24 januari 2008
Wislawa Szymborska
Een erg boeiend gedicht is ‘Vier uur ’s morgens’ blz. 39.
Typisch voor haar dichtkunst is dat zij erin slaagt om over iets heel gewoons (vier uur ’s morgens) een beschrijving te geven die dat moment veel meer kracht en cachet geeft, bepaalde facetten van dat moment doet oplichten en de lezer verwonderd doet kijken naar de wereld en zichzelf.
Opvallend is daarbij dat sommige woorden en echt concreet zijn (bv. het uur van zij op zij omdat de slaap niet (opnieuw) wil komen) en toch heel wat suggereren, respectievelijk vragen oproepen (bv. het uur geruimd voor het hanengekraai of het uur voor dertigjarigen). Die mix is erg typerend voor haar dichtwerk in allerlei variaties.
Een tweede is ‘Autotomie’ blz. 175 over de beide kanten die in ons en in de wereld aanwezig zijn, over de mens die en leeft in de wereld en zichzelf terugtrekt, die en lacht en huilt en beide tegelijkertijd kan doen. De vergelijking met de natuur en zoiets gewoons als een zeekomkommer relativeert de mens heel sterk en plaatst hem opnieuw in de natuurlijke orde van de dingen. Toch is hij ook speciaal, want anders dan bij de zeekomkommer omringt de afgrond ons. Dat idee komt ook voortdurend terug.
De taal is opnieuw ogenschijnlijk erg eenvoudig en direct to the point, maar opent tegelijkertijd allerlei perspectieven.
‘Het moment’ blz. 315 heeft een andere dimensie. Het is veel meer aanvaardend; het leven is er in alle momenten en de dichteres vraagt om meer aandacht voor het beleven van dat moment. Opnieuw is de natuur en de mens die daarmee verweven is, heel sterk aanwezig. Opnieuw vertrekt het gedicht van een eenvoudige waarneming die heel concreet (9 uur 30) omschreven wordt, maar het moment en de eenvoudige waarneming overstijgt.
Soms is in haar wereld alles harmonieus, maar vaak is er (een voorgeschiedenis van) vechten en wringen, van ontstaan en worstelen.
Soms is er echter ook puurheid en dan vallen woorden gewoon samen met de dingen.
Opnieuw is de taal en gewoon en openbarend, gaat het over het concrete van het moment en het individu, maar ook over altijd en de mensheid.
Rudi
26 november 2007
fragmenten (christina)
25 november 2007
Citaten uit Mevrouw Verona...Uit Mevrouw Verona daalt de heuvel af’ (Annemie)
Dimitri Verhulst - citaten gekozen door Marleen
Alle kossems, villegiaturen, vergauweloosden en kokkerullende meisjes ten spijt, heb ik gekozen voor twee eenvoudiger citaten:
Er was hun huis, en er was Oucwègne. Vol dorpelingen die ze niet kenden en die hermetisch durfden te leven volgens de vertellingen van stedelingen. Een sprong in het duister zou het worden. ‘Hier zou ik kunnen sterven’ zei ze, en Meneer Pottenbakker stak een sigaret op voor dat raam, liet zijn blik rusten op een myriade eeuwenoude bomen met basten die hem nog onbekende insecten een winterwoning boden. ‘Ik zou het denken’, had hij geantwoord. ‘Hier kun je ongelukkig zijn. We zouden gek zijn dit huis niet te nemen.’ p 20
‘Er is geen soepbeen, jongen, waarheen jij mij volgt.’ Maar dat leek hem niet te deren. ‘Eigenlijk zouden we eerst nog een goede woning voor jou moeten vinden.’ Ze had willen uitgaan als een licht, rustig, en zonder effecten. En nu drong het tot haar door dat simpel sterven keihard werken is, en dat er nog veel gevraagd zou worden van haar eer deze sneeuw gesmolten was, de rivieren voorjaarsachtig waamden en de vroegelingen onwetend het eeuwige leven uitschreeuwden. p 71
Uit Mevrouw Verona daalt de heuvel af, zoals je kan zien. Al heb ik eigenlijk meer genoten van De helaasheid der dingen, maar het is al wat langer geleden dat ik dat gelezen heb en dus vond ik het net iets moeilijker om daar zo direct de meest treffende citaten uit op te vissen.
Tot morgen, Marleen
Citaten en comments van Anneleen
Citaten van Belle
citaten mevrouw Verona
22 november 2007
Mevrouw Verona: het citaat van Jan
Mevrouw Verona daalt de heuvel af
Het citaat:
‘Straks zou het weer gaan sneeuwen en geen slee zou voren trekken in het wit. Zij keek een laatste maal het bos in, en zag hoe het zich na haar geliefde weer had zien te schikken naar zijn eigen smaak. De oorlogen tussen de mossen en de schorsen werden sedert jaren weer openlijk bedreven, de iepen stierven staande en wortels woelden in colère de wereld om. Vastbesloten te revancheren, de planeet opnieuw te regeren, zijn chaos te installeren waarin niemand maar een logica kon zien, was het bos begonnen met woekeren. En het was prachtig. De mens: ze hadden hem nooit uit het water mogen laten kruipen. Misschien was het een gunst van haar hersens die haar toestonden dat laatste nog te denken alvorens zelf te sterven.’ (p. 33)
Maandag zal ik met veel plezier wat uitleg verstrekken bij mijn keuze, zittend of staande, in colère of in rust, alnaargelang, en niet helemaal onafhankelijk van de hoeveelheid spiritueuze stoffen die mijn hersenactiviteit op dat uur van de avond bevorderen hetzij afremmen, godver, ik ben hier aan een zin begonnen waar ik niet uit geraak geloof ik, ik geraak erin verstrikt gelijk in de wortels van een uit de kluiten gewassen iep - Kleine, haal boven eens mijn tanden, dat ik die mensen hier een beetje deftige uitleg kan geven!
Tot dan,
Jan